Hoe zit dat nou?

Veel gehoorde vragen of onduidelijkheden verdienen een duidelijk antwoord of toelichting.

Hoe zit dat nou met leefgeld?

Als je onder bewind staat dan maakt de bewindvoerder een budgetplan en bespreekt dat met de cliënt. Onderdeel van dit budgetplan is het leefgeld; een deel van het inkomen dat wordt overgemaakt op de leefgeldrekening en bestemd is voor de gewone boodschappen van de rechthebbende. Het leefgeld word meestal wekelijks op een vaste afgesproken dag overgemaakt op de leefgeldrekening. Daarom wordt leefgeld ook wel weekgeld genoemd.

Krijg ik wel genoeg leefgeld?

De hoogte van het leefgeldbedrag wordt vaak bepaald aan de hand van normbedragen zoals die van het NIBUD. Uitgangspunt is meestal 40€ per week voor de eerste persoon in het huishouden en 10€ extra voor elke volgende persoon. Het komt zelden voor dat de bewindvoerder structureel minder leefgeld beschikbaar stelt dan genoemde bedragen.

Als er geen schulden zijn en de bewindvoerder naast de vaste lasten ook een reservering kan doen voor onvoorziene uitgaven zoals een reparatie of vervanging van de wasmachine, kan verhoging van het leefgeld mogelijk zijn. Als er wel schulden zijn dan reserveert de bewindvoerder ook voor de aflossing, indien mogelijk.

Kan de bewindvoerder het leefgeld inhouden of verminderen?

Natuurlijk is dit het laatste wat de bewindvoerder zal doen maar hij kan inderdaad het leefgeld korten. De oorzaak daarvoor is dan bijna altijd dat er tóch ergens een uitgave is gedaan die niet is gepland in het budget, waardoor andere betalingen die wél gepland waren niet zouden kunnen plaatsvinden. Als er dan geen reservering beschikbaar is om het budget weer sluitend te maken dan rest de bewindvoerder geen andere keus dan het verlagen van het leefgeld.

Je hoor ook wel ooit dat de bewindvoerder “voor straf” het leefgeld niet uitbetaalt of vermindert. Een goede bewindvoerder zal dit nooit doen. De reden moet altijd worden teruggevonden in het al dan niet sluiten krijgen -en houden- van het budgetplan.

Mijn leefgeld is op, wat nu?

Het kan gebeuren dat in een bepaalde week de boodschappen net iets duurder uitvallen dan gepland. Voor extra weekgeld kun je dan een verzoek indienen bij de bewindvoerder. Ook hierin zal het afgesproken budget leidend zijn en de bewindvoerder zal ook vragen hoe het kan dat je met het leefgeld niet uit bent gekomen. Ook kan hij vragen hoe je ervoor gaat zorgen dat het gebudgetteerde leefgeld in het vervolg wél voldoende is. Als er voldoende geld over is na betaling van alle andere lasten dan kan de bewindvoerder besluiten om extra leefgeld over te maken.

De bewindvoerder zal niet akkoord gaan met een verzoek om het weekgeld van volgende week maar vast deze week “voor te schieten”. Dan kan hij immers de volgende week weer dezelfde vraag verwachten.

Hoe zit dat nou met die reserveringen?

Reserveringen worden opgebouwd door een deel van het inkomen te sparen. Daar moet dan natuurlijk wel ruimte voor zijn in het budget. Reserveringen worden opgebouwd met een bepaald doel of als algemene reserve voor onverwachte uitgaven. De bewindvoerder bouwt langzaam maar zeker één of meerdere reserveringen op zodat er geld beschikbaar komt voor toekomstige kosten zoals de vervanging van de wasmachine, een kapotte bril of (on-) verwachtte tandartskosten.
 
 

Hoe zit dat nou met kinderbijslag?

Regelmatig keert deze vraag terug: “Is de bewindvoerder verplicht om de kinderbijslag door te storten naar de leefgeldrekening?”

Het korte antwoord hierop is “nee, dat is de bewindvoerder niet verplicht”.

De bewindvoerder kan als dat nodig is alle inkomsten inclusief de kinderbijslag gebruiken om het budget sluitend te krijgen. Dit is immers het primaire doel van het bewind en in het grootste belang van de cliënt. Als het budget sluitend is zonder daarvoor de kinderbijslag te gebruiken dan zal de kinderbijslag ter beschikking van de cliënt worden gesteld.

Waar komt dit hardnekkige idee dan vandaan? Zelfs veel professionals zoals maatschappelijk werkers maken vaak dezelfde vergissing.

Waarschijnlijk kan de oorzaak hiervan worden gevonden in de regel dat het schuldeisers niet is toegestaan om beslag te leggen op op de kinderbijslag. 

Dus waar de bewindvoerder de kinderbijslag mag gebruiken om het budget sluitend te maken, mogen schuldeisers er niet aankomen om hun schuld betaald te krijgen.

Een andere reden waarom de bewindvoerder kan besluiten om de kinderbijslag niet door te storten kan zijn dat hij verwacht dat de kinderbijslag wordt verkwist door de cliënt. Dit gebeurt vooral regelmatig als er verslavingsproblemen zijn. Hij kan in dergelijke gevallen bijvoorbeeld extra afspraken maken over de bestedingsdoelen en betalingsmomenten.

Hoe eindigt de bewindvoering?

De meeste mensen staan niet voor altijd onder bewind. Als de aanleiding voor de onderbewindstelling niet meer aanwezig is, bijvoorbeeld als de periode van ziekte is afgesloten of wanneer alle schulden zijn afgedaan, dan dient het bewind te worden beëindigd. Dit betekent echter niet dat de cliënt van de ene op de andere dag aan zijn lot wordt overgelaten!

Werken aan zelfredzaamheid

Het bewind wordt uitgesproken omdat cliënt niet zelfstandig zijn financiën kan doen. De bewindvoerder heeft als taak om voor de bestaande financiële problemen een oplossing te vinden, een stabiele financiële situatie te creëren én ervoor te zorgen dat de kans op herhaling wordt verkleind.

Dat laatste noemen we werken aan zelfredzaamheid.

De bewindvoerder zal in een plan van aanpak afspraken maken over een traject naar zelfredzaamheid, in overleg met de cliënt. Het doel is de zorgvuldige overdracht van de financiële administratie. De bewindvoerder legt uit hoe cliënt moet budgetteren en controleert of de cliënt daar ook zelfstandig in slaagt.

Er wordt ook aandacht besteed aan de risico’s van het maken van (nieuwe) schulden en het laten versloffen van de administratie.

Een gedegen begeleiding naar zelfredzaamheid is erg belangrijk als basis voor een gezonde financiële toekomst na het bewind.

Wanneer begint het eindtraject?

Het traject wordt ingezet zodra duidelijk is dat het bewind binnen redelijke termijn kan worden beëindigd. De bewindvoerder zal een verzoek indienen bij de rechtbank om het bewind op te heffen, als hij ervan overtuigd is dat de cliënt zelfstandig verder kan.

Nazorg

Enige tijd na het bewind zal de bewindvoerder contact opnemen met de cliënt om de financiële situatie nog eens door te spreken en zo nodig advies te geven.